Geen gedeelde liefde voor de deelfiets in Amsterdam

Mijn fiets stond bij de fietsenmaker. Dat was ik even vergeten toen ik aanstalten maakte om te vertrekken naar een afspraak. Een afstand van 2 km zonder ov-verbinding, ik was al te laat om te lopen. Dus ging ik naarstig op zoek naar een deelfiets. Ik wist dat er in mijn buurt Donkey Republic deelfietsen staan én dat ze aan het verdwijnen zijn. Gelukkig spotte ik in de app nog een fiets om de hoek — met de naam Spaarne - voor € 2 per 20 minuten.

Ophalen gaat vlot, inleveren niet

Ontgrendelen en wegrijden ging gesmeerd, dus ik was blij dat ik alsnog op tijd zou zijn. Maar…in de wijde omtrek van mijn bestemming bleek geen drop-off locatie te zijn, dus ik kon de rit daar niet afsluiten. Daardoor liep de huur gewoon door tijdens de afspraak. De Donkey stond gelukkig geduldig op mij te wachten. Lief, maar mét prijskaartje à €10,- best pittig.

De dag erna: twee stations, één probleem

Ook de volgende dag nog geen eigen fiets. Hoe ging ik deze logistieke uitdaging oplossen; via een afspraak in hetzelfde stadsdeel door naar Utrecht. Dat betekende ook vertrek en aankomst via twee verschillende treinstations, dus sowieso geen optie voor de eigen fiets. De deelfiets? Zonder mogelijke drop-off geen optie. Het werd twee haltes ov en veel rennen met spullen om op tijd te zijn.

Ga toch fietsen!

“Maar alle Amsterdammers hebben toch een fiets?” Ja, maar ik herinner mij die keer dat ik een lekke band had en toch op tijd bij de tandarts wilde zijn. Toen ben ik in een deelauto gesprongen voor een kort ritje. Ik herinner mij ook eerdere keren waarbij ik reisde via twee verschillende stations op de heen- en terugreis. Zoals toen ik van station Amstel naar ergens in Oost ging en vanaf daar door naar huis in West. Mooi fietsweer, brakke ov verbinding. Eerste rit met de taxi, dat liep nogal in de papieren. Tweede rit met een deelauto, stukken voordeliger. Maar toch…puur bij gebrek aan een nog duurzamere one-way optie, zoals mogelijk is in een goed ‘back-to-many’ of ‘free floating’ systeem zoals dat heet. Want het liefst was ik gaan fietsen.

Tegenstanders van de deelfiets zeggen: Amsterdammers hebben hun eigen fiets, dus de deelfiets is overbodig en alleen nuttig voor toeristen. De gemeenteraad stemde vorig jaar tegen een stadsbrede uitrol. En per april 2026 verdwijnen de Donkeys uit de openbare ruimte.

Als bewoner zie ik hier een gemiste kans. Voor mij zit de échte waarde in de momenten waarop je de eigen fiets even niet kunt gebruiken, of wanneer je ergens naartoe wilt zonder dezelfde weg terug te hoeven. One-way dus. Dat ervaar ik als heel fijn en flexibel en in andere steden werkt dit heel goed. De manier van positioneren bepaalt hoe een systeem gebruikt wordt. Als fietsen alleen bij metrohaltes staan, zijn ze alleen geschikt voor forensen en bezoekers. Als er een goed (hub)netwerk is waarmee je ook de gaten tussen het ov kunt dichten, wordt het pas interessant voor de bewoner.

Zo blijft de deelfiets in Amsterdam voor mij voorlopig een onbeantwoorde liefde. Het wordt tijd dat ik ga daten met de deelscooter….

Next
Next

Van stadje naar stadje met hetzelfde schatje